‘Vogels, vet en veren’

19-03-2026 10:45
Tien jaar geleden vond ik een dode oehoe. Ik vind niet vaak dode oehoes, dus dit was de kans om het dier eens goed te bekijken. De oehoevrouw had een broedvlek, wat impliceert dat ze eieren had of tegen de eileg aan zat. Behalve een smerige cloaca leek ze geen verwondingen te hebben. Misschien was haar nestkuil ondergeschoven door groevewerkzaamheden en leed ze aan legnood. Alleen haar armpennen naast haar lichaam waren geruid, wat duidt op een jonge vrouw in haar tweede levensjaar.
Foto: H Hasper
Foto: H Hasper
Bij nader onderzoek bleek deze joekel van een vogel ook een joekel van een stuitklier te hebben. De stuitklier (glandula uropygialis) is een orgaantje boven de staartinplant van de meeste vogels dat een vetachtige, wasachtige substantie produceert. Tijdens het poetsen ‘masseert’ de vogel de klier met de snavel en smeert het vet over de veren. Dit zorgt voor waterdichtheid, soepelheid en antibacteriële bescherming. Bij sommige vogelsoorten, zoals de hop, schijnt de geurige secretie van de stuitklier ook te worden gebruikt om roofdieren af te schrikken tijdens het broeden.
De meeste vogels hebben zo’n stuitklier. Papegaaien, parkieten en duiven missen echter deze klier en gebruiken poederdons om hun veren te verzorgen.
Foto: H Hasper
Foto: H Hasper
Bij watervogels is de stuitklier het meest ontwikkeld. Vooral deze vogels hebben een waterdicht verenpak nodig, behalve aalscholvers. Aalscholvers hebben wel een stuitklier, maar deze produceert minder vet dan bij andere watervogels. Hierdoor worden hun veren natter tijdens het duiken. Dit natte verenpak is een functionele aanpassing waardoor ze dieper kunnen duiken en makkelijker onder water kunnen jagen. Daarom drogen ze vaak met gespreide vleugels hun verenpak. De jonge oehoe op de video is druk bezig met een grondige poetsbeurt. Hoe ouder de jongen zijn, hoe meer tijd ze aan het poetsen besteden.
Als je verenpak maar goed zit.
 
Hans Hasper via Facebook