'Verwacht het onverwachte'

04-07-2025 14:04
Afhankelijk van de nestplek verlaten jonge oehoes het nest wanneer ze een week of vijf zijn.
Soms iets eerder, soms later. Ze blijven dan wel in de buurt van de nestplek maar hoe ouder ze zijn, hoe verder ze lopen.
Wanneer er bv drie jongen op een oud roofvogelnest zitten is de kans groot dat één of meerdere jongen op (te) jonge leeftijd naar beneden vallen.
Bij het voeren ontstaat er nogal consternatie en bij weinig ruimte kunnen ze elkaar makkelijk van het nest afdrukken.
Hierdoor belanden jonge oehoes van boomnesten regelmatig vroegtijdig op de bosbodem.
Op zich niet erg als ze maar minimaal een week of vier zijn. Eenmaal uit het nest houdt hun moeder ze niet meer warm namelijk.
Afgelopen weekend wilde ik de camera's controleren bij een nest op een rotswand.
Hiervoor moet ik een tiental meters abseilen maar halverwege zag ik dat één van de jongen naast de camera zat.
Dit jong is nu zo'n 7 weken oud en jongen van deze leeftijd kunnen al een beetje vliegen, maar landen is vaak nog een probleem.
Ik ben dus weer omhooggegaan. Mocht ik wel zijn afgedaald is de kans groot dat het jong zou springen met alle gevolgen van dien.
Vooral jonge oehoes op oude roofvogelnesten willen nog wel eens springen. Niet zozeer wanneer je erbij klimt maar wanneer je ze terug wilt zetten als je ze geringd hebt.
We hanteren nu dus ook de methode dat we ze ringen zodra ze vrijwillig het nest hebben verlaten.
Ze zijn dan meestal wel te vinden op de grond, ergens in de buurt van de nestboom.
Maar hoe langer je wacht, hoe verder ze lopen, en dus hoe moeilijker ze te vinden zijn.
En het is ongelooflijk hoe zo'n joekel van een uilenjong instaat is om zichzelf te verstoppen.
Het voordeel is dat jongen oehoes hun dons verliezen, dus met een goed oplettend oog kun je ze sporen.
Zeker omdat ze ook moeten poepen. Donsjes en poepjes ónder vegetatie betekend dus dat er een jong heeft gezeten.
Oudervogels zitten doorgaans in de boom en kunnen dus niet poepen onder struiken en varens.
Toch gebeurt het af en toe dat ik donsjes en poep vind, en zelfs een oudervogel alarmeert, maar toch geen jongen aantref.
In de bijgevoegde foto's kunt u zelf zien dat het niet altijd een eenvoudige opgave is om jonge oehoes te vinden.
Ze zitten namelijk altijd op een plek waar je het niet verwacht. Laatst zocht ik jonge oehoes op de grond.
Waar ik ook keek, ik kon ze niet vinden. Na een half uur zoeken stond ik opeens oog in oog met één van de jongen.
De vogel zat op ooghoogte, op enkele meters afstand van mij.
©Hans Hasper
 
Jonge oehoes zitten altijd op een plek waar je ze niet verwacht.
Verwacht je ze ergens verstopt op de grond, dan zitten ze open en bloot op enkele meters hoogte in een boom.
Verwacht je ze in een boom, dan zitten ze op de grond. Behalve als je ze toch stiekem op de grond verwacht.
©Hans Hasper
©Hans Hasper
©Hans Hasper
 
©Hans Hasper
©Hans Hasper
©Raya Strikwerda
 
©Hans Hasper