'Verrassende habitatkeuze bij Nederlands Oehoepaar'
11-04-2025 13:57
Het gaat goed met de Oehoe in Nederland.
In 1997 werd het eerste broedgeval vastgesteld, en in 2024 konden we 101 territoria vaststellen.
In 1997 werd het eerste broedgeval vastgesteld, en in 2024 konden we 101 territoria vaststellen.
Onze populatie stamt grotendeels af van Duitse oehoes.
Rond 1960 is er een grootschalig herintroductieprogramma gestart in Duitsland.
De eerste succesvolle nesten waren in steengroeves en op rotswanden, de traditionele broedbiotopen.
De Oehoe deed het goed en met het bezet raken van traditionele broedbiotopen werd er uitgeweken naar andere broedlocaties.
Grind- en kleigroeves waren aan de beurt. Deze lijken immers wel iets op steengroeves.
Met de opmars naar het westen en daardoor het ontbreken van steen-, grind-, en kleigroeves werden de eerste broedgevallen vastgesteld in zandgroeves.
Bij het volraken van alle groeves werden er steeds vaker broedgevallen op oude roofvogelnesten waargenomen.
In Nederland en Duitsland heeft de Oehoe nu een grote verscheidenheid aan habitats zoals grote boscomplexen, industrieterreinen, steden en agrarisch gebied.
Als broedlocaties dienen gebouwen, silo's, oude roofvogelnesten, broedbakken, maar er wordt ook gewoon op de grond gebroed.
In Duitsland en Nederland is dit meestal in droge hellingbossen of op verhogingen in droge bossen.
Rond 1960 is er een grootschalig herintroductieprogramma gestart in Duitsland.
De eerste succesvolle nesten waren in steengroeves en op rotswanden, de traditionele broedbiotopen.
De Oehoe deed het goed en met het bezet raken van traditionele broedbiotopen werd er uitgeweken naar andere broedlocaties.
Grind- en kleigroeves waren aan de beurt. Deze lijken immers wel iets op steengroeves.
Met de opmars naar het westen en daardoor het ontbreken van steen-, grind-, en kleigroeves werden de eerste broedgevallen vastgesteld in zandgroeves.
Bij het volraken van alle groeves werden er steeds vaker broedgevallen op oude roofvogelnesten waargenomen.
In Nederland en Duitsland heeft de Oehoe nu een grote verscheidenheid aan habitats zoals grote boscomplexen, industrieterreinen, steden en agrarisch gebied.
Als broedlocaties dienen gebouwen, silo's, oude roofvogelnesten, broedbakken, maar er wordt ook gewoon op de grond gebroed.
In Duitsland en Nederland is dit meestal in droge hellingbossen of op verhogingen in droge bossen.
In 2024 werd echter een nest gevonden in een bijzonder vochtig loofbos middenin een groot natuurgebied.
Zelfs met laarzen aan was het broedsel op een oud haviksnest bijzonder moeilijk te bereiken. Het nest van dit jaar is dankzij de droogte iets makkelijker te bereiken.
Misschien rekening houdend met het eventueel stijgen van het water, heeft het paar wel een verhoging uitgekozen voor het nest.
Een grondnest in een bijzonder vochtig loofbos is zeker nieuw voor Nederland, en ik ken het ook niet uit Duitsland.
Hiermee bewijst de Oehoe maar weer dat het beschikt over een groot aanpassingsvermogen, en juist soorten met een groot aanpassingsvermogen gaat het voor de wind.
Ik blijf erbij dat ze vroeg of laat opduiken in het havengebied van Rotterdam, en misschien zijn ze er al.
Zelfs met laarzen aan was het broedsel op een oud haviksnest bijzonder moeilijk te bereiken. Het nest van dit jaar is dankzij de droogte iets makkelijker te bereiken.
Misschien rekening houdend met het eventueel stijgen van het water, heeft het paar wel een verhoging uitgekozen voor het nest.
Een grondnest in een bijzonder vochtig loofbos is zeker nieuw voor Nederland, en ik ken het ook niet uit Duitsland.
Hiermee bewijst de Oehoe maar weer dat het beschikt over een groot aanpassingsvermogen, en juist soorten met een groot aanpassingsvermogen gaat het voor de wind.
Ik blijf erbij dat ze vroeg of laat opduiken in het havengebied van Rotterdam, en misschien zijn ze er al.
Hans Hasper



foto's ©Hans Hasper