‘Urbane oehoes’
Van oorsprong is de Oehoe een broedvogel van rotsachtige gebieden.
Bij gebrek aan rotsen vinden ze steengroeves ook erg interessant, deze steile wanden lijken immers op rotsen.
In Duitsland, waar de Oehoe het bijzonder goed doet, zijn inmiddels de meeste groeves bezet.
Door ruimtegebrek moest de Oehoe steeds vaker uitwijken naar andere, vergelijkbare biotopen. Grind-, klei- en zandgroeves werden ook benut, en nu zelfs ook die vol raken, broedt hij zonder moeite op oude nesten van roofvogels of zelfs op de grond.

©Hans Hasper
Maar het aanpassingsvermogen stopt niet. Sinds enkele jaren duikt de oehoe steeds vaker op in stedelijke gebieden.
In steden als Nordhorn, Hamburg en Lingen worden broedende oehoes aangetroffen op en in gebouwen, silo’s, bunkers en onder transportbanden.
.jpg)
©Hans Hasper

©Arjen de Haan

©Hans Hasper
.jpg)
©Arjen de Haan
.jpg)
©Arjen de Haan
Deze ontwikkeling laat zien hoe flexibel en vindingrijk deze soort is. Over het algemeen geldt dat soorten die zich goed weten aan te passen aan de mens, hebben de wind in de zeilen.
De Oehoe is geëvolueerd van een schuwe rotsbroeder tot een cultuurvolgende ‘urbaanbroeder’.
En dat pakt goed uit. Steden bieden een overvloed aan prooien zoals duiven, kauwen, roeken en bruine ratten.
Een waar buffet voor deze majestueuze jager.
Hans Hasper
.jpg)
©Andreas Schüring